20 juli Zaterdag
Weer vroeg op pad. Het 7.40 uur als we de trossen los gooien. Eerst door de zeesluis van Delfzijl. Het weer is nog redelijk. Maar al gauw wordt het steeds warmer. Op een gegeven moment is er geen plek meer waar ik in de schaduw kan zitten.

We varen lekker door, ongeveer 11,5 km per uur. Heel wat anders dan in Duitsland waarin het Ems-Jade kanaal niet harder mocht dan 8 km per uur. Om ongeveer 11 uur zijn we bij de Oostersluis bij Groningen. Ook hier worden we redelijk snel geschut.



We varen naar Gerkesklooster. Een haven die het dichtst bij de plaats Boerakker ligt zodat Andre en Icha op visite kunnen komen. We hebben contact wanneer we ongeveer aankomen. Vanaf Groningen nog 2,5 uur. Aangekomen bij Sluis gaarkeuken ligt er een vrachtschip aan de kant wat al voor ons door de Oostersluis gegaan was. Ook liggen er meerder watersporters en is er voor de 5 schepen waar we mee opvaren geen “officiele” plek meer. Dat wordt dus weer dobberen. Via de marifoon horen we een oproep van de sluismeester dat er in de sluis al 2 vrachtschepen liggen te wachten om uit te varen. Even later dat die twee schepen niet uit kunnen varen omdat de brug het niet meer doet. En dat het mogelijk nog 1,5 tot 2 uur kan duren voor we er door kunnen. Daar lig je dan, nog 6,5 km van onze eindbestemming. 😒

Tegen beter weten in meren we dan maar af achter de beroepsvaart, anderen er voor, je moet toch wat als je wachten moet. Uit voorzorg loop ik naar het vrachtschip toe. Het is een duwboot met grote bak er voor. Verdekt opgesteld achterop de duwbak hebben de jongens een bijboot gevuld met water en gebruiken die als verkoelend bad. Wij geven aan dat wanneer ze als eerste de sluis in mogen, als de brug het weer doet, dat we dan los zullen maken om hen de ruimte te geven. Dat is prima, mogelijk dat ze eerst achteruit komen omdat er ook nog een personeelswissel komt.
Na ongeveer een uur wordt de duwbak opgeroepen. Er is een monteur nu bij de brug. Deze gaat hem openen, de twee vrachtschepen er uit, dan blijven de lichten op rood zodat de andere plezierjachten blijven liggen en ze er meteen in kunnen komen varen, ook al staan de lichten op rood. Het is een proefdraai met de brug, geen garanties.
De duwbak geeft aan dat ze eerst achteruit varen vanwege de personeelswissel en met de kraan de auto van dek moet. “Dus laat de jachies maar eerst gaan”. Wij allen blij, sluis vol met motorbootjes, wij zijn er door. Wat er daarna met de brug gebeurt maakt ons niet meer uit.




Het is vreselijk vies warm. Of zoals de havenmeester zei bij het betalen “het is Te warm, Te koud, Te veel regen, Te heet, het is nooit goed.” Het restaurant gaat pas volgende week open, nu verkopen ze alleen maar snacks. We zien wel.

Het is zo warm aan boord dat we tafel, stoelen en krukjes op de kant zetten onder de bomen. Daar kunnen we het nog een beetje uithouden. Uiteindelijk zaten we toch aan de patat, broodje hamburger en sla wat we nog in de koelkast hadden. Rond half 10 gaan Andre en Icha er weer vandoor met de afspraak dat ze morgen terug komen.

De weerberichten geven aan dat het vannacht gaat regenen. Dus laten we alles zo lang mogelijk open maar voor we naar bed gaan moet alles dicht. De ventilator in de achterkajuit draait overuren. Het zal een warm nachtje worden.
Ahoy, Arie en Ellie